Een melding van een calamiteit en/of incident in het kader van de Wmo kan worden ingediend bij de GGD-NOG. Vul daarvoor het meldingsformulier in. 

Wilt u eerst overleggen? Neem dan contact op met de GGD-NOG via 088 443 32 21 of wmo@ggdnog.nl.

Als aanbieder van ondersteuning in het kader van de Wmo bent u wettelijk verplicht om binnen 3 werkdagen na de calamiteit en/of het geweldsincident een melden te doen bij de toezichthouder Wmo. In de Achterhoek zijn hiervoor de toezichthouders van de GGD-NOG aangewezen.

Een calamiteit is een ‘niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid’. (Artikel 1.1.1 Wmo 2015)

Een geweldsincident is het geweld bij de verstrekking van de voorziening: ‘Het seksueel binnendringen van het lichaam van of ontucht met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft’. (Artikel 1.1.1 Wmo 2015)

Omdat direct na het plaatsvinden van de gebeurtenis niet altijd duidelijk is of het betrekking heeft op de kwaliteit van zorg, horen de volgende gebeurtenissen altijd gemeld te worden: 

  • Elk onverwacht en onbedoeld overlijden van een cliënt.
  • Elke suïcide(poging) van een cliënt.
  • Een gebeurtenis die heeft geleid of kan leiden tot ernstig en/of blijvend letsel bij een cliënt.
  • Een gebeurtenis die heeft geleid of kan leiden tot ernstig geestelijk lijden van een cliënt.
  • Ernstig grensoverschrijdend gedrag: fysiek, psychisch en/of seksueel door hulpverleners of andere cliënten.

Een calamiteitenonderzoek is nodig om te achterhalen hoe en waarom een gebeurtenis heeft kunnen plaatsvinden. Hiermee kunnen indien nodig passende verbetermaatregelen worden genomen om deze oorzaken aan te pakken. Het onderzoek heeft als doel ervan te kunnen leren, zodat de kans op herhaling wordt verkleind en de ondersteuning wordt verbeterd. In het onderzoek gaat het dan ook om vermijdbaarheid en niet om verwijtbaarheid.

De toezichthouder van de GGD-NOG neemt na de melding contact op met de aanbieder en beoordeelt of er aanleiding bestaat de gebeurtenis nader te onderzoeken. Vervolgens zijn er 3 mogelijkheden: 

  • De toezichthouder sluit de melding af. Bijvoorbeeld wanneer er geen relatie bestaat tussen de gebeurtenis en de kwaliteit van het handelen van de aanbieder.
  • De toezichthouder laat de aanbieder een zelfonderzoek doen naar de gebeurtenis. De toezichthouder beoordeelt daarna het uitgevoerde zelfonderzoek. Vanwege het lerende effect is het uitgangspunt dat de aanbieder het onderzoek zelf doet.
  • De toezichthouder verricht zelf onderzoek naar de gebeurtenis. 

Tenslotte stelt de toezichthouder de aanbieder, gemeente (CLM’er) en de regionaal toezichthouder van Sociaal Domein Achterhoek op de hoogte van de bevindingen.

Naar boven